Het Rotterdams Jonge Mannenkoor De Coolsingers bestaat uit 14 mannen in de leeftijd van 18 tot en met 33 jaar. Het koor staat sinds de oprichting, in oktober 1999, onder leiding van dirigent Arie Hoek. Het repertoire van De Coolsingers varieert van Middeleeuwse – tot hedendaagse muziek. De laatste jaren richt het koor zich, naast a capella muziek, op grotere projecten met orkestbegeleiding, solisten en vrouwelijke gastzangers. In januari 2007 werd in samenwerking met het Rotterdams Conservatorium en onder leiding van Arie van Beek, de ‘Soldatenmis’ van Buhuslav Martinů uitgevoerd.
De Coolsingers is de laatste jaren actief geweest op meerdere Rotterdamse festivals, waaronder de Rotterdamse Operadagen. In 2007 trad het koor op in de nieuwe opera ‘Spoorloos’ van componist Peter Jan Wagemans, in 2008 zong De Coolsingers in de openings – en slotscène van ‘Orpheus in de Onderwereld’ en mei jongstleden werd ‘Hadith al Rouh’ (Gesprekken van de Ziel) uitgevoerd. Ook was De Coolsingers in 2008 aanwezig op de festivals De Wereld van de Witte de With en De Parade.
De Coolsingers treedt ook regelmatig op in het buitenland. Zo werden bezoeken gebracht aan onder andere Berlijn, Dresden, Leipzig, Basel, Sint Petersburg en Baltimore (VS). Voor volgend jaar staat een concertreis naar Roemenië en Hongarije gepland. Op 12 december 2009 vindt het 10-jarig jubileumconcert plaats waarbij nieuwe muziek zal worden uitgevoerd, dat speciaal voor De Coolsingers is geschreven. De componisten zijn Leo Samama, Jetse Bremer en Aart de Kort.
Dirigent Arie Hoek
Arie Hoek (1960) studeerde aan het Rotterdams Conservatorium de hoofdvakken orgel, klavecimbel, kerkmuziek en koordirectie en aan de Zuid-Nederlandse Hogeschool voor Muziek koordirectie, tweede fase. Naast dirigent van het Rotterdams Jonge Mannenkoor De Coolsingers, is Arie Hoek dirigent van het regionale kamerkoor ‘Carmina Amantes’, Jongenskoor Rivierenland te Zaltbommel en Jongenskoor Rijnmond te Rotterdam en Barendrecht. Van 2001 tot en met 2005 was hij als dirigent verbonden aan het Omroep Jongenskoor te Hilversum. Met deze jongenskoren werkte Arie Hoek mee aan vele professionele producties o.l.v. Philippe Herrweghe, Valerie Gergjiev, Laurens Renes, Edo de Waard, Jaap van Zweden, Jan Willem de Vriend, Arnold Ostman en vele anderen. Daarnaast is hij cantor van de Sint Maartenskerk te Zaltbommel en artistiek leider van de Stichting Maartenskerkmuziek. Vanaf 1994 is Arie Hoek docent kerkmuziek aan het Rotterdams Conservatorium voor de vakken hymnologie, cantoraat en meerstemmige kerkmuziek.
Componisten
Aart de Kort
Aart de Kort (1962), opgeleid aan het Haagse én het Amsterdamse conservatorium, is als componist praktisch autodidact maar is al vele jaren in het muziekleven actief als organist, pianist, improvisator én componist. Met name voor de koorwereld heeft hij vele composities geschreven, meestal in opdracht van koren of korenorganisaties. Zelf is hij dirgent van het Haagse Kamerkoor Quattro Stagioni en het vrouwenkoor L’Amuze. Bovendien is hij titularis-organist van de Rotterdamse Laurentius & Elisabeth Kathedraal. “Voor De Coolsingers, die zowel modern klassieke als ook lichte muziek aankunnen, is het mijn doel om goed in het gehoor liggende, kleinkunstachtige werkjes te schrijven, uitgaande van de mogelijkheden die deze groep heeft.”
Jetse Bremer
Jetse Bremer (1959) schrijft met name composities en arrangementen voor vocale groepen en koren. Zijn schrijven is beïnvloed door zijn ervaringen als trompettist, violist, zanger, zijn 12-jarige verbintenis als tenor in het klassieke Nederlands Kamerkoor en zijn ervaringen als pianist en dirigent in de musicals ‘West Side Story’ en ‘Joe’. Veel heeft hij in opdracht van vocale ensembles geschreven. Dit zowel voor professionele als amateur-gezelschappen. De stijlen variëren van jazz, pop tot klassiek en hedendaags. Bekend geworden voor een groot publiek zijn de CD’s van het Nederlands Kamerkoor met zijn bewerkingen van Nederlandse volksliedjes en Kerstliedjes. De laatste jaren heeft hij zich meer en meer toegelegd op avondvullende werken waarin het koor het leeuwenaandeel heeft.
Leo Samama
Leo Samama (1951) heeft zich sinds 1975 op vele terreinen van de muziek gemanifesteerd, als docent, componist en musicoloog. Hij studeerde van 1970 tot 1977 muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht, en in dezelfde periode enkele jaren compositie bij Rudolf Escher. Van 1977 tot 1988 was Samama docent muziek- en cultuurgeschiedenis aan het Utrechts Conservatorium. Van 1978 tot 1984 schreef hij voor De Volkskrant, van 1986 tot 1990 voor NRC/Handelsblad en daarnaast eveneens voor de Haagse Post. Van 1988 tot 1994 was Samama lid van het stichtingsbestuur van het Koninklijk Concertgebouworkest. Van 1994 tot 2003 was hij artistiek coördinator van het Residentie Orkest. Tevens programmeerde hij gedurende enkele jaren het aandeel klassieke muziek van de Dr Anton Philips zaal en de Nieuwe Kerk aan het Spuiplein. In 2003 trad hij als artistiek directeur in dienst van het Nederlands Kamerkoor en in 2004 als algemeen directeur. Samama heeft een groot aantal geschriften op zijn naam staan over tal van onderwerpen. Hij schreef voor tijdschriften in binnen- en buitenland, en publiceerde verscheidene boeken als auteur en als redacteur. Zijn bekendste boek is Zeventig jaar Nederlandse muziek 1915-1985. De composities van Samama hebben sedert zijn eerste opus in 1975 tot tal van opdrachten en uitvoeringen in binnen- en buitenland geleid. Bij de herdenking van Prins Claus door de Staten Generaal in oktober 2002 werd zijn Treurmuziek (opus 65) in de Ridderzaal uitgevoerd. “Na een eerdere cyclus op teksten van Rutger Kopland, heb ik me u gestort op de gedichten van Bernlef. Mannenleed en de Coolsingers: wat een combinatie! Ik heb genoten van het componeren van deze liederen en zie uit naar het feestelijke concert op 12 december.”
De Teksten
Vader (Herman De Coninck, 1944-1997)
De dingen die voorbij zijn, blijven rustig verder leven, sereen, omdat ze niet meer zo acuut en niet meer slechts zo heel heel even
moeten gebeuren van minuut tot minuut.
Zo ging mijn vader, sinds hij stierf ook in mijn dromen al een paar keer dood, maar trager,
Er niet de tijd voor nemend, maar een eeuwigheid, en leeft hij toch nog verder, verder en wat vager.
Hij zegt niets meer, hij is een sfeer, mijn vader,van ouwe woorden, het woord ‘altegader’,
het woord ‘gelaat’ en ’schoot’ (van ons gezin) en ’schoon’.
Zo rustig wil ik ook wel sterven, een keer of zes, zeven in de dromen van mijn zoon.
Tot ik gewoon blijf leven.
(Op muziek gezet door componist Aart de Kort)
Dorserlied (Rene de Clercq, 1877-1932)
Vlegels op, en vlugge,
Plof!
Kromt uw nek en rugge,
Plof!
Niets voor ‘t huis en al voor ‘t hof!
Vlegelt dol en dof.
Beukt de vlakke vloeren,
Plof!
Maakt ze rijk, de boeren,
Plof!
Niets voor ‘t huis en al voor ‘t hof!
Vlegelt dol en dof.
Vult de diepe zakken,
Plof!
O, de boer zal bakken,
Plof!
Niets voor ‘t huis en al voor ‘t hof!
Vlegelt dol en dof.
Geld en drank en eten,
Plof!
Alles nauw gemeten,
Plof!
Niets voor ‘t huis en al voor ‘t hof!
Vlegelt dol en dof.
Kaf dat kunt ge krijgen,
Plof!
Om d’r op neer te zijgen,
Plof!
Niets voor ‘t huis en al voor ‘t hof!
Vlegelt dol en dof.
Vlegels op en vlugge,
Plof!
Kromt uw nek en rugge,
Plof!
Niets voor ‘t huis en al voor ‘t hof!
Vlegelt dol en dof.
(Op muziek gezet door componist Jetse Bremer)
Tafel van verdriet (J. Bernlef, 1937)
Hij heeft handen, voeten en verdriet
Hij heeft een keukentafel om op uit te huilen
Een harde tafel zonder kleed
Nerven tekenen zijn wang
Zijn hand hangt zonder houvast naar beneden
Hij heeft een kind nodig
Of een vrouw die troostend in de schaduw staat
Of de gedachte aan een brief
Geen van drieën is voor handen
Als straks de aanval over is
Hij rechtop in de regen loopt
Met kind noch kraai alleen zichzelf
Staat hier nog steeds die tafel.
(Op muziek gezet door componist Leo Samama)
De maker van de serie
Justus Cooiman (1984) is geboren en getogen in Rotterdam. Na afronding van zijn bachelor politicologie in Leiden, volgde Justus de masteropleiding journalistiek in Hilversum. Inmiddels werkt hij als freelancer bijna drie jaar bij RTV Rijnmond in Rotterdam. De eerste twee jaar vooral parttime als redacteur bij radio, het laatste jaar fulltime als verslaggever bij Radio – en TV Rijnmond. Naast zijn werk zingt Justus in De Coolsingers en voetbalt hij bij RCSV Zestienhoven.






